Het belangrijkste woord is „of”
Sla bijna elk onderhoudsboekje open en de intervallen staan er op dezelfde manier: elke 12 maanden of 15.000 km, elke twee jaar of 30.000 km. Het leest als één regel. Het zijn er twee, en het onderhoud is nodig bij wat je het eerst bereikt.
Zo opgeschreven klinkt het vanzelfsprekend. In de praktijk houden de meesten van ons maar één getal bij — het getal dat we voor ons zien. De kilometerteller staat altijd op het dashboard. De datum van de laatste olieverversing ligt ergens in een la, als die al ergens ligt.
Waarom tijd telt, ook als je weinig rijdt
Sommige onderdelen van een auto verouderen of hij nu rijdt of niet.
- Motorolie. Olie breekt na verloop van tijd af en verzamelt vocht en brandstof. Korte ritjes waarbij de motor nooit helemaal warm wordt maken het erger — en een auto die weinig kilometers maakt, rijdt vaak precies zulke ritjes.
- Remvloeistof. De meeste remvloeistof neemt water op uit de lucht, waardoor het kookpunt daalt. Daarom geven veel fabrikanten voor remvloeistof een termijn en helemaal geen afstand.
- Rubber en koelvloeistof. Slangen, riemen, ruitenwisserbladen en banden worden harder met de jaren, en de toevoegingen in de koelvloeistof raken op. Kilometers hebben er weinig mee te maken.
Voor een auto die het grootste deel van de week stilstaat, is de kalender meestal de deadline die het eerst komt.
Waarom afstand telt, ook als de auto nieuw is
De omgekeerde bestuurder — lange woon-werkrit, veel snelweg — haalt de kilometergrens lang voordat het jaar om is. Remblokken, banden, filters en olie slijten door gebruik. Voor deze bestuurder betekent de gewoonte van één beurt per jaar dat hij het interval elk jaar ruim overschrijdt.
De weinig-kilometer-val, in getallen
Neem een interval van 12 maanden of 15.000 km en twee bestuurders:
| Bestuurder | Kilometergrens bereikt | Tijdsgrens bereikt | Eerst aan de beurt |
|---|---|---|---|
| 6.000 km per jaar | na 2,5 jaar | na 12 maanden | tijd |
| 40.000 km per jaar | na ~4,5 maand | na 12 maanden | afstand |
Als de eerste op de kilometers wacht, blijft de olie anderhalf jaar langer in de motor dan bedoeld. Als de tweede op de jaarlijkse beurt wacht, rijdt hij bijna drie intervallen aan kilometers op één olieverversing.
Deze getallen zijn alleen een illustratie. De echte intervallen van jouw auto kunnen heel anders zijn — kijk in het instructieboekje of vraag het een erkende monteur.
Zo houd je beide bij
Je hebt geen speciaal gereedschap nodig. Noteer bij elke onderhoudsbeurt drie dingen:
- De datum.
- De kilometerstand.
- Het interval — beide delen, zoals je boekje het geeft.
Reken dan twee momenten uit: de datum plus het tijdsinterval, en de kilometerstand plus het afstandsinterval. Het vroegste is je echte moment. Om een afstand in een datum om te zetten moet je weten hoeveel je in een gewone maand rijdt — je tankbeurten vertellen het je, als je ze goed bijhoudt.
Een spreadsheet met één regel per onderhoudsonderdeel werkt prima. Het zwakke punt is dat iemand hem moet openen. Een herinnering die vanzelf komt, wint het van een perfecte spreadsheet waar niemand naar kijkt.
Controleer je eigen schema
Intervallen verschillen per merk, motor en bouwjaar, dus gebruik de getallen uit je instructieboekje of onderhoudsboekje in plaats van een algemene regel — ook die in dit artikel. Veel boekjes geven ook een apart schema voor „zware omstandigheden”, met kortere intervallen voor veel korte ritten, aanhangers trekken, stoffige wegen of extreme temperaturen. Past dat bij hoe jij rijdt, dan geldt dat schema voor jou.
In het kort
- Een interval van „X maanden of Y km” is aan de beurt bij wat het eerst komt.
- Auto’s met weinig kilometers halen meestal de tijdsgrens; veelrijders de kilometergrens.
- Noteer bij elke beurt de datum en de kilometerstand, en controleer beide momenten.
- Je instructieboekje gaat boven elke algemene regel.